De Molteni wielerploeg

De naam Molteni staat in de wielersport synoniem voor de uiterst effectief georganiseerde Italiaanse ploeg die volledig in het teken stond van de grote kampioen Eddy Merckx. Zijn befaamde bruine garde domineerde begin jaren ’70 de Europese wielerwegen.

Het befaamde Molteni-shirt
Hoewel met de komst van Eddy Merckx in 1971 de hoogtijdagen voor Molteni begonnen, was de wielerploeg al sinds 1958 actief in het profpeloton. Grote namen als Rudy Altig, Gianni Motta en Marino Basso reden al in de bruine trui met zwarte horizontale strook. Ook met die renners had Molteni aansprekende successen behaald. Rudi Altig werd in 1966 op de Nürburgring wereldkampioen terwijl Gianni Motta hetzelfde jaar de Giro won. De ploeg leverde tussen 1964 en 1966 drie maal de Italiaans kampioen terwijl Michele Dancelli in 1970 Milaan-San Remo op zijn naam schreef. Sinds 1966 had Molteni ieder seizoen minstens één etappe in de Ronde van Italië gewonnen.

Molteni Wielerploeg

De komst van Merckx
In 1971 voegt de grote kampioen Eddy Merckx zich op 25-jarige leeftijd bij de ploeg van de Italiaanse worstenfabrikant. Zijn Faema-ploeg hield op te bestaan en Merckx stapte met acht renners over naar de Molteni-ploeg. Ook ploegleider Guillaume Driessens en Brusselaar Guillaume Michiels, de vaste verzorger van Merckx, kwamen mee. Merckx stelde de Molteni-formatie volledig in zijn dienst. Renners als Joseph Bruyère, Frans Mintjens, Jos Spruyt, Jos Huysmans, Jef de Schoenmaecker en Vic van Schil dienden de Kannibaal als trouwe soldaten die hem van de ene triomf naar de andere loodsten. Voor iedere renner was het een eer om in dienst van Merckx te rijden. Bovendien verdiende Merckx, als een goede kopman, met al zijn overwinningen veel geld voor zijn ploeggenoten. Hij eiste daarvoor in ruil absolute gehoorzaamheid en inspanning. Merckx liet zijn ploegmaats op kop rijden, gebruikte zijn knechten als afleider of springplank en soms, heel soms mochten coureurs als Spruyt of Bruyère zelfs een etappe winnen. De kannibaal was enorm zelfzuchtig, maar als er iemand anders ging winnen kon het beter een ploegmaat zijn.

Molteni was een uitgebalanceerde ploeg. Renners als Bruyère, De Schoenmaecker en Vandenbossche konden goed mee in de bergen, de terwijl tijdrijder Swerts sterk was op het vlakke. In Italië maakte Merckx kennis met een voor hem nieuwe benadering van wielrennen.

Met name de organisatie van de ploeg is iets waar de Molteni in die tijd in vooroploopt. Zo zegt Merckx bij zijn 60e verjaardag. “Italië, dat was toen gewoon de max. De beste organisatie.” Deze uitgekiende organisatie zorgt ervoor dat Merckx in zijn eerste jaar direct zijn reputatie waar maakt. In de 120 wedstrijden waar Merckx aan de start verscheen won hij er 54. Hij begon het seizoen met winst in Omloop het Volk, won zijn vierde Milaan-San Remo en triomfeerde hij in Luik-Bastenaken-Luik. De Giro moest hij laten aan de Zweed Gösta Pettersson, maar in juli veroverde hij zijn derde Tour op rij. Aan het einde van het jaar won de Ronde van Lombardije na een solotocht van 52 km, ingezet op de Passo d’Intelvi. In het Italiaanse Mendrisio pakte hij in september de wereldtitel.

Rini Wagtmans
In 1971 zou ook de Nederlander Rini Wagtmans zijn opwachting in de Molteni-ploeg maken. Hoewel Merckx eigenlijk geen ‘Ollanders’ in de ploeg wenste kreeg Wagtmans gratie, omdat de kannibaal de Brabander niet als een echte Nederlander beschouwde. De kopman roemde Wagtmans vooral vanwege zijn dalerscapaciteiten. ‘Die kon een stukje met de fiets rijden… oei, bergaf toch zeker,’ zou Merckx jaren later over hem zeggen.Wagtmans kwam van de Nederlandse Willem II-Gazelle ploeg en merkte direct dat er bij Molteni een professionele sfeer heerste. Waar hij voorheen vooral individueel trainde, waren de teamtrainingen in Italië voor hem een openbaring. “Bij Willem II keek geen hond naar je om, bij Molteni ben je onderdeel van een ploeg. Daar werd ik echt wielrenner,.” zei Wagtmans recent in zijn biografie. In de Tour droeg Wagtmans één dag de gele trui en won hij de etappe naar Nancy. Na één jaar Molteni stroomden de lucratieve aanbiedingen bij hem binnen. Bij de Italiaanse SCIC ploeg kon Wagtmans kopman worden, maar hij koos voor de Nederlandse Goudsmit-Hoff ploeg. Wagtmans zou in dat jaar als Molteni-renner nog wel deel uit maken van een etappe die de boeken in zou gaan als een van de opmerkelijkste Tour-ritten uit de geschiedenis.

De raid naar Marseille
In de elfde touretappe naar Orcières Merlette pakte een ontketende Luis Ocaña dik acht minuten voorsprong op Merckx. Twee dagen erna zon de kopman van Molteni op wraak. In de 251 kilometer lange etappe naar Marseille werd al vanaf het begin hard gereden. De start was bovenop, de afdaling niet geneutraliseerd. Direct na de start reed een groep onder aanvoering van Wagtmans weg in de afdaling. Ocana, die bij de start in de staart van de groep nog wat handtekeningen zette, was compleet verrast en de hele dag tot achtervolgen veroordeeld Er ontstond een kopgroep van negen man waaronder Merckx en zijn ploegmaten Wagtmans, Huysmans en Stevens. De rest van de Molteni-ploeg stopte af in het peloton. Tweehonderd kilometer lang werd de koers verreden in een moordend tempo, terwijl het verschil schommelde tussen de één en twee minuten. Bij aankomst aan de Vieux Port in Marseille is er een voorsprong van meer dan twee uur op het snelste schema. De 251 kilometer werd in ongeveer vijf uur gereden met een gemiddelde van 45,351 km per uur. Armani pakt de dagzege, Merckx wint een kleine twee minuten op Ocaña. Ocaña bleef leider, maar twee dagen later tijdens noodweer viel hij in de afdaling van de Col de Mente en zou hij de Tour moeten verlaten. Merckx zou dat jaar de Ronde winnen. Wagtmans werd zestiende in de eindstand.

De invloed van Merckx
De aanwezigheid van Merckx viel niet bij iedereen in goede aarde. De Italiaanse vedette Marino Basso had een moeizame verstandhouding met Merckx en vertrok in 1972 naar de Salvarani ploeg van Merckx’ grote rivaal Felice Gimondi. Datzelfde jaar brak Merckx met Lomme Driessens, de man die vroeger Coppi en van Looy begeleide en al bij Faema zijn ploegleider was. De karakters van de twee botsten te veel. De flamboyante ploegleider werd vervangen door Robert ‘Bob’ Lelangue en Giorgio Albani. De Italiaan Albani had in een ver verleden zelf nog voor Molteni gefietst en was ploegleider van de formatie in de jaren ’60. Hij gold als vertrouwensman van de Molteni familie, een eminence grise van het Italiaanse wielrennen met een gedegen technische kennis en gerespecteerd om zijn discretie en diplomatie. Zijn tactisch inzicht had hem de bijnaam Il Professore opgeleverd. De Brusselaar Lelangue had nog samen met Merckx bij Faema gefiets en werd op voorspraak van de Zwarte van Tervuren bij de ploeg gehaald.

Gaandeweg kreeg de ploeg steeds meer een Belgisch gezicht, niet zonder succes. In 1972 won Merckx wederom Milaan-San Remo en Luik-Bastenaken-Luik en verbeterde in Mexico bovendien het Werelduurrecord. Het WK moest hij laten aan oud-ploeggenoot Marino Basso, die de hele koers in zijn wiel gerreden had. De jaren die zouden volgen bleven desalniettemin succesvol voor Merckx. In 1973 wint hij Parijs-Roubaix door op zestig kilometer van de finish Roger de Vlaeminck af te schudden. Ook Luik-Bastenaken-Luik zette hij weer op zijn naam. Merckx blijft weg uit de Tour en rijdt zijn enige Vuelta, waarin hij Ocaña verslaat. De Giro wint hij met een voorsprong van ruim zeven minuten op Gimondi. Aan het einde van het seizoen wordt hij na een positieve dopingcontrole gediskwalificeerd in de Ronde van Lombardije, nadat hij een siroop had gebruikt die hem voorgeschreven was door de ploegarts van Molteni Angelo Cavalli.
De successen duren voort

Ook het jaar 1974 begon goed. Joseph Bruyère begon het seizoen succesvol door de Vlaamse openingsklassieker Omloop het Volk te winnen, maar alle andere klassiekers moest Molteni aan zich voorbij laten gaan. Merckx herpakte zich echter. Voor de vijfde keer triomfeert hij in de Giro, al is het verschil met nummer twee Baronchelli slechts 12 seconden. Ook de Tour wint hij voor de vijfde keer, waarmee Merckx het record van Anquetil evenaart. Aan het einde van het seizoen zette hij bovendien het WK op de weg in Montréal op zijn naam. Er is dat jaar echter ook onenigheid in de ploeg wanneer Roger Swerts voor zichzelf een belangrijkere rol opeist. Hij vraagt om opslag, maar Merckx weigert. Bij Molteni krijgen alle gregari hetzelfde loon. ‘Als Swerts de kopman wil uithangen moet hij dat elders gaan doen.’ Dat doet Swerts dan ook en op zijn 32ste werd hij kopman toen Rik van Looy de formatie IJsboerke begon. Een knecht blijft echter een knecht ‘Ik was niet de figuur voor kopman, ik kon geen leiding geven,” zei Swerts jaren erna in de Volkskrant. Twee jaar later werd Swerts weer in genade aangenomen en haalde Merckx hem terug naar Molteni.

Het seizoen erop gaat Merckx verder met wedstrijden winnen. Milaan-San Remo en Luik-Bastenaken-Luik schrijft hij weer op zijn naam, net als de Ronde van Vlaanderen. In Parijs-Roubaix wordt hij geklopt door Roger de Vlaeminck omdat hij acht kilometer voor de finish lek rijdt. In de Tour geeft een toeschouwer hem tijdens de beklimming van de Puy de Dôme een klap op zijn lever. De dag erna krijgt hij een inzinking op de Pra Loup. Merckx wordt tweede in het eindklassement, achter Bernard Thevenet. Hij zou in 1975 maar liefst 180 wedstrijddagen op de fiets zitten. Voor dit onverantwoorde aantal zou hij de tol gaan betalen.
De neergang

Een jaar later bleek namelijk dat de grote Merckx zijn beste dagen achter zich had. Zijn overwinning in Milaan-San Remo zou zijn laatste grote klassieke zege blijken. Luik-Bastenaken-Luik liet hij aan ploegmaat Bruyère. Met een blessure aan het zitvlak wordt hij achtste in de Ronde van Italië (gewonnen door Gimondi) en op doktersadvies startte hij niet in de Tour. De Super Prestige Pernod werd voor het eerst sinds 1968 niet gewonnen door Merckx, maar door zijn rivaal Freddy Maertens. Datzelfde jaar maakte de Nederlander Cees Bal (in 1972 winnaar van de Ronde van Vlaanderen) deel uit van de Molteni ploeg. Bal won dat jaar koersen in Stekene en Woerden. Namens Molteni nam hij deel aan de Giro d’Italia, waarin hij op ruim drie uur eindigde van winnaar Gimondi. Ook werd Bal tiende in de Amstel Gold Race.
Aan het einde van het jaar maakte Molteni bekend dat de financiële situatie van het bedrijf het niet meer toelaat de wielerploeg te sponsoren. Het trekt zich terug uit de wielrennerij. Merckx ging met zijn knechten verder bij FIAT, maar wist nooit meer de hoogtijdagen van de bruine garde te evenaren. In 1978 stopte hij met wielrennen, op 33-jarige leeftijd. Hij startte een fietsenfabriek, stelde zijn vriend Robert Lelangue aan als directeur en hielp veel van zijn helpers van weleer aan een baan.